David de la Mar (1832-1898)

David de la Mar, schilder (Amsterdam 14-3- 1832 - Hilversum 6-8- 1898). Zoon van Abraham de la Mar en Ester de Vita. Hij woonde in Amsterdam, maar overleed in het huis van zijn broer Alexander (Huize Lommeroord) in Hilversum. Hij werd begraven op Beth Haim te Ouderkerk aan de Amstel. 

David groeide op in een groot gezin. Zijn vader Abraham had samen met z'n eerste vrouw 9 kinderen, waaronder de latere dokter Jacob. Na het overlijden van zijn vrouw trouwde Abraham opnieuw en in het tweede huwelijk werden nog 8 kinderen geboren. Vooral Alexander, David en Herman zouden bekend worden.

 

David de la Mar studeerde vanaf 1855 aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. In 1867 ontving hij als kwekeling van deze opleiding een eervolle vermelding in de categorie Schilderen naar naakt, levend model. Het was de burgemeester (als president van de raad van bestuur) die deze prijs uitreikte (Jaarverslag 1867 nr. 48 blz. 3, Nieuw Israëlisch Weekblad 1867 nr. 48 blz. 3). Daarna verliet hij de Academie, die in 1870 sloot. 

Tussendoor werd hij tot kunstschilder opgeleid in Parijs aan de Académie des Beaux-Arts en bij de genre- en portretschilder Ernest A.A. Hébert (1817-1908) in Parijs. Hébert was hofschilder van Napoleon III en directeur van de Académie de France in Rome. In Parijs heeft hij zelfs een eigen museum.

 

David woonde in Amsterdam, het grootste deel op Singel 506. Hij werkte in zijn woonplaats, maar ook in zijn geliefde Het Gooi. 

In Amsterdam ontmoette hij Anton Mauve, van wie hij raadgevingen kreeg en met wie hij naar het Gooi trok om te schilderen. Hij woonde zelfs een tijdje met hem samen.David schilderde voornamelijk landschappen en scènes uit het leven van boeren, meestal in een helder kleurgebruik en in een stijl die verwant is aan die van de vroege Haagse School.

 

David schilderde in 1871 één van de vroegste boereninterieurs in het Gooi. Jozef Israëls heeft de naam dat genre te hebben ontdekt toen hij in 1874 vanuit Amsterdam Laren bezocht. Maar David had het onderwerp dus al eerder in de omgeving ter hand genomen! Misschien waren zij dus al omstreeks 1870 samen, gewapend met de schilderkist, op stap in het Gooi?

David was lid van tenminste twee kunstgezelschappen. In 1867 werd hij lid van Arti et Amicitiae, een vereniging die de kunst tot bloei wil brengen. David exposeerde vaak op de tentoonstellingen van Arti. Maar ook op andere exposities waren zijn werken te vinden. In 1878 werd David lid van Kunstgezelschap MAB, een gezelligheidsvereniging voor kunstenaars.

 

David overleed onverwacht in het huis van zijn broer Alexander in Hilversum, dus in Het Gooi, waar hij zo vaak schilderde. Zijn lichaam werd overgebracht naar Amsterdam. De begrafenisstoet vertrok van de Rapenburgerstraat 2. Op de baar lag een krans van Arti.
Namens het bestuur van de Vereniging waren aanwezig schilder G.H. Breitner en beeldhouwer Bart van Hove. Van Hove herdacht aan de groeve de overledene als kunstenaar en als vriend. Hij bracht in herinnering dat De la Mar was gestorven op de plek, in het Gooi, waar hij zoveel heeft gewerkt en die hem zo lief was. Bij zijn overlijden schreef Arti dat David een der ijverigste leden was. "Een man wiens lichamelijke zwakte zelfs zijne belangstelling in alles wat Arti betreft niet kon doen verflauwen". Het graf op Beth Haim is er nog steeds.

 

Op het pad staan de twee schildersezels naast elkaar. David en Anton zijn aan het werk. Zoals zo vaak zijn ze samen. Samen aan het schilderen in Het Gooi. David kijkt om zich heen. Wat een prachtige luchten zie je hier toch. En kijk eens wat een verschillende kleuren groen heeft het land. Wat komt hij hier graag.
Dan doopt hij zijn penseel weer in de verf en werkt verder. Het wordt een prima doek deze keer.

David komt weinig voor in de boeken over kunstenaars. Via deze link zie je een aantal bronnen.

Commentaar van een kunstverzamelaar:
Ik denk dat jij David als schilder een beetje onderschat. Van de 19-eeuwse schilders is nooit zo veel bekend. Ik bezit het boek Akoun (Franse uitgave van 2002) en dat geeft waardebepalingen van schilders. David stond volgens dit boek met een standvastige kwalificatie van 6.710€.( Ondertussen zal dat wel gestegen zijn). Als verzamelaar weet ik maar al te goed dat je al die prijzen met een korreltje zout moet nemen, maar hij heeft hiermede toch een zekere erkenning verworven, die méér dan 100 jaar na zijn dood toch laat blijken dat men zijn werken blijft appreciëren.

Ik heb nooit een David op een openbare plaats zien hangen. Toch heb ik heel wat schilderijen gevonden o.a. in veilingcatalogi en op het internet. Vroeger hing er een schilderij in Teylers Haarlem maar dat is al lang geleden verkocht. Ook hing er een werk in Museum Willet Holthuysen en dat bevindt zich nu in het depot van het Amsterdam Museum. Zie afbeelding links.

 

De schilderijen van David

 

Klik hier voor de exterieurschilderijen met 1 afgebeeld persoon
Hier zie je de interieurschilderijen met 1 afgebeeld persoon
Hier zijn de overige schilderijen

Ik vond ook correspondentie aan David
En annonces over David