TIJDSBEELD 1825

Wij hebben de neiging om mensen van vroeger te plaatsen in leefomstandigheden van onze tijd en om ze te beoordelen naar hedendaagse normen. Vanuit die gedachte is het begrijpelijk dat mensen soms vraagtekens zetten bij een aantal feiten uit de geschiedenis van de families De la Mar. De betrokken personen zouden die problemen niet begrepen hebben, omdat er tijdens hun leven andere maatstaven golden.

Ik wil een tijdperk beschrijven en neem daarvoor het leven van een De la Mar als uitgangspunt. Ik hoop daarmee de voorvader recht te doen en hem weer een beetje tot leven te laten komen.

 

Johannes Jacobus de la Mar 1799 - 1870

Johannes Jacobus uit familie 1 werd geboren in 1799. Hij bracht zijn jeugd door in Arnhem, waar hij werd grootgebracht in de tijdgeest van de "Brave Hendrik". Deugdzaam leven was het allerbelangrijkste. 

Zou Johannes naar school zijn gegaan? Ik denk heel weinig. Arme kinderen mochten al blij zijn met een paar jaar les. Bovendien werd er tussen maart en oktober vaak geen onderwijs gegeven en in de winter was er veel verzuim. Wel leerde Johannes om zelf de kost te verdienen. Dat was in zijn tijd een voorwaarde om te kunnen trouwen, iets wat hij dan ook deed rond z'n dertigste jaar. Hij trouwde met Helena Maria de Haan uit Rijswijk. Waarschijnlijk had Johannes werk gevonden in haar omgeving, want meestal was het: Vrijt waar ge zijt. De beperkte mobiliteit maakten grote afstanden tussen geliefden immers onmogelijk. Alleen de rijkere mensen hadden enige mobiliteit en konden daardoor kieskeuriger zijn bij het vinden van een partner. Bij hen speelden echter ook de economische motieven van een huwelijk een grote rol. Als je bij elkaar in de buurt woonde, kende je elkaar door en door en beide vaders hadden vaak hetzelfde beroep. Je had bovendien een even grote spaarpot. Standsverschillen bij huwelijken waren vrijwel uitgesloten.

 

Johannes en Helena trouwden in Delft en kregen daar hun eerste kinderen. Huwelijken werden meestal gesloten tussen 25 en 30 jaar, al liep die leeftijd tijdens Johannes' leven langzaam op door de toenemende werkloosheid. Bovendien steeg het aantal vrijgezellen. Bleef eerst 10% ongehuwd, in het midden van de negentiende eeuw liep dit op tot 25%. Van uitstel bleek afstel te komen. Alleen in de Franse tijd, waar gehuwden vrij waren van dienstplicht zie je dat er tijdelijk sneller werd getrouwd.

Vader Jean Joseph, broer Antonius Wilhelmus en zus Christina Louisa trouwden ieder twee maal. Door de grote sterfte kwamen tweede huwelijken in Johannes' tijd veel voor. 50% van de huwelijken duurde niet langer dan 15 jaar en het is bekend dat een weduwnaar gemakkelijker een nieuwe partner vond dan een weduwe. Maar weduwen met jonge kinderen waren helemaal niet in trek.

Via Bergen op Zoom en Utrecht kwam Johannes rond 1840 terecht in Hattem, een dorp met 420 huizen en 2400 mensen. Het was toen een roerige tijd: het Koninkrijk der Nederlanden stond nog in de kinderschoenen, maar de zuidelijke provincies waren al afgescheiden tot het koninkrijk België. Bovendien had in 1835 in Hattem de kerkelijke Afscheiding o.l.v. Ds. Brummelkamp plaats gevonden en dat had veel tweespalt in de kleine gemeente gebracht.

Johannes en Helena kregen 12 kinderen, waarvan er vijf jong overleden. Daarmee werden zij hard getroffen, al werden gestorven kinderen door hen waarschijnlijk meer als natuurwet dan als ramp ervaren. Overigens mag Helena niet ontevreden zijn. Het feit dat zij 12 bevallingen overleefde is bijzonder. De kans op kraambedsterfte was 1,5% à 2%. Met 12 kinderen was de haar sterfkans dus zo'n 20%. Een kwart van de totale vrouwensterfte tussen 30 en 40 jaar was in Helena's tijd het resultaat van een bevalling. Grote gezinnen kwamen in de tijd van Johannes trouwens niet vaak voor. Borstvoeding zorgde na de bevalling voor een natuurlijke onvruchtbaarheid. Zeker op het platteland werd borstvoeding gegeven tot aan de eerste tandjes (melktandjes). Een interval van 2 à 3 jaar tussen geboorten was dus heel normaal, waardoor gezinnen met 12 kinderen zoals dat van Johannes en Helena fysiek al bijna onmogelijk waren! En bedenk dat Helena van haar laatste kind beviel toen ze al 45 was.

Johannes behoorde tot de minder draagkrachtigen uit de samenleving. Hij was arbeider, later schilder en zijn inkomen was laag. Van vader Jean, de veldwachter, is bekend dat grootgrondbezitters bij moesten dragen aan zijn onderhoud omdat het inkomen niet voldoende was om van te leven. Een broer van Johannes kon geen middelen van bestaan vinden en zou ten laste van de armen komen. Hij wilde in 's Rijkszeedienst. Daarom verstrekte de Provisor der Algemene Armen hem reisgeld. Misschien dat broer Antonius Wilhelmus het iets beter had. Hij was caféhouder. Zijn kroeg was "een ideaal trefpunt voor lieden die graag eens van het normale patroon afweken". Hij dreef dus tevens een bordeel.

Na 1855 vertrok het gezin naar Arnhem waar Johannes in 1870 op de leeftijd van 71 jaar overleed. Veel ouder dus dan de gemiddelde levensverwachting van 40 jaar. Een gemiddelde dat overigens ernstig werd beïnvloed door de hoge zuigelingen- en kindersterfte. De helft van alle kinderen werd nooit volwassen. Maar als je eenmaal volwassen was, had je een redelijke kans om het vervolgens even vol te houden. Mits je een 'gezond' beroep had natuurlijk. Behoeftige dagloners mochten met 32 jaar al heel tevreden zijn…

Opmerking: Ik ontdekte in Deventer dat Johannes al eerder gehuwd was geweest met Gerdina van der Berg. Het echtpaar kreeg twee kinderen, die beiden als baby overleden. In Deventer kon ik niet meer gegevens vinden.