Walrave van Krimpen (1885-1940)

Walrave van Krimpen, beroepsmilitair (Steenwijk 19-01-1885 - Rhenen 13-05-1940). Walrave was gehuwd met Margaretha Elizabeth de la Mar, een dochter van Caspar Bertus de la Mar en Derkjen ten Broek. Walrave sneuvelde in de slag op de Grebbeberg.

 

Onderstaande teksten zijn gevonden op www.grebbeberg.nl :

W. van Krimpen, Adjudant Onderofficier Instructeur bij het 19e Regiment Infanterie (1-II-19 R.I.) De 13e Mei gesneuveld - met, op 2 man na, zijn gehele groep - op de Grebbeberg (Noordhelling Laarse Berg), getroffen door granaatscherf in de buik. Walrave was commandant van de vierde sectie. Hij werd 55 jaar. Hij is begraven op het Militaire Ereveld Grebbeberg rij 3 graf 27.

We marcheren op tot de ingang van Ouwehands Dierenpark. Even roepen we elkaar sterkte toe, dan geef ik het bevel de fietsen neer te leggen en rennen we groepsgewijs het dierenpark binnen. De vijand begint weer te vuren en hier zie ik de eerste gesneuvelde soldaten. Veel tijd om na te denken is er niet. Vlug laat ik alle groepen dekking zoeken en hun mitrailleurs in stelling brengen. In hun kooi zie ik de doodgeschoten leeuwen liggen. Ik ga er binnen en loop door naar het nachtverblijf.
Daar komt sergeant Veldkamp binnen. Hij vraagt mij: "Wat zijn de volgende orders? adjudant?". Ik krijg ineens een slecht voorgevoel en geef hem een hand, terwijl ik mijzelf hoor zeggen:"Voorwaarts tot de laatste man, het gaat om ons aller vrijheid. Als ik er niet meer ben, neem jij het commando over." "Adjudant, niet zo somber, we slaan ons er wel door." "Nee", antwoord ik, Ïk blijf hier achter."

Omtrent het sneuvelen van deze brave kameraad, trouw medewerker van "Ons Belang" en vele jaren accuraat penningmeester der afdeling Arnhem, mochten wij meer uitvoerige inlichtingen ontvangen.

Adjudant van Krimpen had blijkbaar een voorgevoel van zijn einde. Toen op de 10e Mei een hem kennende Majoor met een convooi evacuerende gestichtsverpleegden zijn post bij de Grebbeberg passeerde, een gesprek aanknoopte, terwijl luchtgevechten boven hun hoofden plaats vonden, nam Adjudant van Krimpen afscheid met de woorden: "Tot hiernamaals Majoor".

Een briefje aan zijn dochter (uit blocnote): "Zaterdagmorgen. Te 9.00 uur bij Viaduct Rhenen. Vijand beschiet met Artillerie onze stelling. Bijna niet geslapen, doch in een huis. Hij staat voor de Grebbeberg. Zaterdag op Zondag. Mocht ik niet terugkeren, vaarwel. Moge God ons weer verenigen. Een tegenstoot aan de voet van de Grebbe. Daaag. Vader. Doe alles naar goedvinden. Zorg voor Moeder. Vergeef mij veel en bid voor mij om Gods genade. Vader."

Adjudant van Krimpen rechts vooraan tijdens een marsoefening

Tijdens de mobilisatie was Adjudant van Krimpen belast met het materiaal voor de stellingbouw.

De 12e Mei werd de 1e Compagnie waartoe Van Krimpen organiek behoorde, met een sectie zware mitrailleurs aangewezen een tegenstoot te doen op verlaten voorposten-stellingen van 8 R.I. Toen deze order gegeven werd, bevond Adjudant van Krimpen zich juist in de Commandopost, waar de Bataljons-Commandant hem aansprak: "Van Krimpen, het wordt nu ernst en thans treed je weer als Sectie-commandant in bij de sectie die je vroeger gecommandeerd hebt." Adjudant van Krimpen keek de Commandant vastberaden in de ogen, salueerde en antwoordde: "Begrepen Majoor. Ik zal mij bij de Kapitein melden".

Na op de 13e Mei met de linkergroep van zijn sectie, bij een verplaatsing, een holle weg te hebben gevolgd, kwam men op open terrein en geraakte deze groep onder hevig granaatvuur. De gehele groep werd weggeschoten behalve 2 man die nog in de holle weg waren. Toen deze 2 dienstplichtigen een poos later kruipende bij hem kwamen, was Adjudant van Krimpen stervende en zeide hen heen te gaan.

Afkomstig uit Gedenkboek 1929-1948 - "Ons Belang"

Foto van het graf van Adjudant van Krimpen (1940)

Het met bloemen bedekte graf van Adjudant van Krimpen (derde graf van links) op het Militair Ereveld op de Grebbeberg. Geheel links het graf van A. van der Putten (3-I-24 R.I.). Rechts daarvan het graf van D. van der Graaf (geb. 1917) (1-II-19 R.I., dezelfde afdeling als Walrave).

De Compagniesterkte in het gevecht waren: 2 secties plus 1 groep. Gesneuvelden: 2 Officieren: Luitenant Volmer en Adjudant Van Krimpen, 2 onderoffieren en 12 man, plus ongeveer 20 gewonden waaronder de Compagniescommandant Kapitein van Alewijk.

(Gevonden opmerking: "Adjudant van Krimpen heeft ontijdig, met zijn groep, de loopgraaf verlaten. Noordwaarts gaande langs de stellingen van Rentjes en Elzas. Is ter hoogte van deze loopgraaf onder vijandelijk artillerievuur geweest. Hierbij werd Van Krimpen doodelijk getroffen.")

Het boek "Nacht op den berg, relaas van oorlog en krijgsgevangenschap", geschreven door M. Sybr. Koops en in 1946 uitgegeven door Scheltens & Giltay te Amsterdam, gaat over 1-II-19 R.I. tijdens de strijd om de Grebbeberg. Vanaf blz. 8 gaat het o.a. over kapitein D.C. van Alewijk alias kapitein Van der Molen. Andere namen die in het boek voorkomen zijn Vaandrig Rinteloo (= Vaandrig Van Neer), Adjudant Udels (= Adjudant van Krimpen) en Luitenant Bastiaanse (= 1ste Luitenant Wynands).

Verklaring van den dpl.soldaat-ziekendrager G.W. Eulen van 1-I-8 R.A. afgelegd in de vergadering der Commissie Militaire Onderscheidingen d.d. 6 Maart 1947. 

De Kapitein Bakker was mijn Commandant. Op 10 Mei zat ik bij de stukken die stonden in de wisselstelling, rechts van Ouwehands Dierenpark. Ik was afkomstig van de hulpverbandplaats, die achter Rhenen lag. In het begin ben ik naar voren gegaan, want bij de batterij was voor mij niets te doen. Het vuur kwam uit de richting van Wageningen (tegen 15.00 uur, dag onbekend) op de Infanteriestelling, die lag rechts van onze stelling. De jongens van 8 R.I., die gewond waren, heb ik geholpen naar boven te sleepen naar de hulpverbandplaats. De Kapitein wist hiervan niets en dokter van Gulik ook niet. Van dokter Gulik ging niets uit, hij was te bang. Ik had een fiets met een bagagedrager. Ik heb in het totaal 53 gewonden weggebracht op de bagagedrager van mijn fiets. Ik had de fiets in Rhenen gevorderd (het was een oude). De laatste die ik hielp was de Adjudant van Krimpen. Hij lag aan de rechterzijde van den grooten verkeersweg in een loopgraaf. Toen ik in de loopgraaf sprong, bezeerde ik mij aan een ijzeren plaat en ben ik daar eenigen tijd blijven liggen. Roelf Klein was een chauffeur van de Infanterie, die heeft Adjudant van Krimpen weggebracht. Met mijn verwonding ben ik door blijven loopen en na twee maanden bleek, dat mijn long gescheurd was en heb ik zes maanden in het Militaire Hospitaal in Arnhem gelegen.