TIJDSBEELD 1775

Wij hebben de neiging om mensen van vroeger te plaatsen in leefomstandigheden van onze tijd en om ze te beoordelen naar hedendaagse normen. Vanuit die gedachte is het begrijpelijk dat mensen soms vraagtekens zetten bij een aantal feiten uit de geschiedenis van de families De la Mar. De betrokken personen zouden die problemen niet begrepen hebben, omdat er tijdens hun leven andere maatstaven golden.

Ik wil een tijdperk beschrijven en neem daarvoor het leven van een De la Mar als uitgangspunt. Ik hoop daarmee de voorvader recht te doen en hem weer een beetje tot leven te laten komen.

 

Johannes de la Mar 1748 - 1790

Johannes de la Mar uit familie 1 werd geboren in 1748. Zijn geboortestad was Den Haag en Johannes werd gedoopt in de NH Kloosterkerk. Zijn vader en moeder waren in het jaar ervoor gehuwd in de NH Kerk van Scheveningen. Vader Joseph liet zich in 1748 inschrijven in Den Haag en opmerkelijk is dat hij uit Brussel kwam als Rooms Katholiek.

Johannes leefde in de tijd van de twisten tussen de Patriotten en de Prinsgezinden. Omdat Johannes in Den Haag leefde zat hij wat dat betreft dicht bij het vuur. In het jaar voor zijn geboorte vestigde Stadhouder Willem IV zich in Den Haag. Hij overleed al snel en na een gouvernante en een voogd werd in 1766 Willem V als nieuwe stadhouder ingehuldigd.

In het jaar 1759 werd broertje Willem Johannes geboren. Hij zou de stamvader worden van familie De Lamaar. Hoe kan zo'n nieuwe naam ontstaan zijn? Bij doop, huwelijk en begraven werd de naam mondeling doorgegeven aan de vertegenwoordiger van de kerk. Zelf konden de meeste mensen niet lezen en schrijven dus werd de naam op het gehoor genoteerd. De schrijfwijze was absoluut niet belangrijk. Een lijstje met naamsvariaties, dat nog uitgebreid kan worden:

 

Delamarde

Delamarre

Delemarre

Lamar

de Lamar

de Lamaar

de Lamaer

de Lamare

de la Mar

de la Maar

de la Maer

de la Mare

In 1765 traden de 'wonderkinderen' Wolfgang en Nannerl Mozart op in Den Haag. Ze bleven ruim vier maanden in de stad, veel langer dan gepland, omdat ze allebei doodziek werden. Zou dat nieuws tot Johannes zijn doorgedrongen?

In 1771 trouwde Johannes met Ulrike Sobré. Zij kregen zes kinderen, waaronder Jean Joseph, de stamvader van familie 1 en Guillaume Henri, die genoemd wordt in het erfenis-verhaal. Twee kinderen stierven heel jong. Het was normaal dat 30% van de kinderen stierf in het eerste levensjaar en het zou nog duren tot het eind van de negentiende eeuw voordat de medische zorg en de betere hygiëne daaraan een einde maakte.

 

Johannes leefde in de pruikentijd. Hij werd leerling pruikenmaker en via de status van gezel werd hij in 1775 opgenomen in het gilde als meester-pruikenmaker.

Door zijn werk kwam Johannes in aanraking met de hogere standen. 

Veel van de heren regenten waren vooral gericht op hun eigen belang. Zij verrijkten zich met openbare gelden en bekend zijn de vele verhalen over het weggeven van betrekkingen aan familieleden, waarbij naar leeftijd en ervaring niet werd gekeken. Zelfs peuters en kleuters kregen baantjes aangeboden met aantrekkelijke jaargelden. Veel van Johannes' klanten hadden een tweede woning buiten de stad als geldbelegging en voor vertier. Er stonden in die tijd al zo'n 1000 buitenplaatsen van een zekere allure in ons land, vaak met elementen van barok en rococo.

 

In de achttiende eeuw waren er minder tbc-epidemieën en werden de mensen langzamerhand iets ouder. Ruim 50% van het inkomen werd aan voedsel besteed en stegen de graanprijzen, dan vielen er dus weer slachtoffers.

Johannes overleed in 1790 op 41-jarige leeftijd, dus boven de gemiddelde levensverwachting. Hij stierf aan 'koortsen', de verzamelnaam voor tal van ziekten, waaronder tyfus. De meeste mensen lieten zich in (of bij) de kerk begraven, ongeacht de grote nadelen. Steeds moest de vloer worden opengebroken en de kerk was meestal vervuld met lijklucht, vooral 's zomers. De Haagse overheid wenste het begraven in de kerk tegen te gaan en opende al in 1716 het Noorderkerkhof. Johannes werd er begraven. Het Noorderkerkhof lag aan de Noordwal/Noordsingel, op de plaats waar nu de de Paleistuin van Paleis Noordeinde ligt. De begraafplaats werd in 1830 gesloten.

Het jaar voor zijn overlijden was in Frankrijk de revolutie losgebarsten. Tijdens de Franse bezetting van ons land die daarop volgde, werd het begraven in de kerk verboden.

 

Uit de huwelijkse bijlagen bij het tweede huwelijk van Jean Joseph de la Mar 10 juli 1827

Jean geeft bij de Vrederechter van Arnhem een beëdigde verklaring over maar liefst drie foutieve namen. Zowel de naam van zijn vader, de naam van zijn moeder (zie extract hiernaast) en de naam van hemzelf zijn niet juist gespeld. Een prachtig voorbeeld hoe makkelijk familienamen kunnen veranderen.