Mijnbouw

In 1878 koopt Joseph zijn eerste mijn in Leadville (Colorado) en begint hem te ontginnen. Al gauw merkt hij bij zichzelf een ontstellend gebrek aan kennis en daarom verhuist hij naar Chicago, waar hij aan de universiteit gaat studeren: geologie, metallurgie en chemie. Daarna volgt hij steeds eenzelfde systeem: hij koopt, ontgint en verkoopt weer. Voorbeeld: Hij koopt de Delamar-mijn in Nevada voor $ 50.000, heeft een goudopbrengst van $ 8,5 miljoen en verkoopt voor $ 10 miljoen. Door op deze manier te werken, legt hij de grondslag voor zijn fortuin. Hij exploiteert mijnen met een grote vakkennis en weet zich elke keer met vaklui te omringen. Ook heeft hij steeds een flinke portie geluk. En dat geluk laat hem ook later als financier niet in de steek. Op Wallstreet is zijn bijnaam: Man of Mystery. Tot aan zijn dood blijft hij zich bezig houden met mijnindustrie. Zo bouwt hij in 1902 een koperraffinaderij in Carteret New Yersey, die hij in 1906 voor miljoenen verkoopt aan de United States Smelting, Refining and Mining Co.

gouderts

zilvererts

kopererts

Joseph heeft mijnen door heel west-Amerika. Hij heeft mijnen voor goud, zilver, koper, nikkel en andere ertsen. Er zijn in Amerika in die tijd heel veel kleine mijntjes. Paul Nettleton uit Silver City (Idaho) schrijft: Er woonden 5000 mensen in en rond onze stad. Iedere mijn had een hut waarin een stuk of zes mijnwerkers woonden. Er waren 250 mijnen in de streek actief, dat zijn dus een heleboel mijnwerkers.

Goud komt gewoonlijk voor als kleine korrels, verspreid in een gesteente. Hoe krijg je dat goud uit de erts? Joseph probeert drie methoden uit en wat in de ene mijn slaagt, blijkt in de andere geen succes.

• goud lost op in kwik en vormt dan een amalgaam. Gelukkig voor de goudwinning is deze reactie omkeerbaar: verhitting doet het kwik verdampen en laat het goud achter. Over het risico van kwikdampen voor milieu en gezondheid spreekt men in die tijd nog niet.

• goud lost op in verdund natriumcyanide, (opnieuw een zeer giftig product, blauwzuur en cyaankali zijn bekende moordenaarsvergiften!), het ontstane goud-cyanide-complex kan door reductie met zink het goud terug vrijgeven.

• goud reageert ook met chloorverbindingen, bijv. in aanwezigheid van ijzerchloride. Deze reactie kan ook in de natuur zorgen voor het oplossen van goud op één plaats en bij verandering van de omstandigheden door de omgekeerde reactie op een andere plaats goudafzettingen geven, er kunnen zo zelfs zware goudklompen ontstaan.

Vaak werden er schachten en gangen gegraven, maar soms ook was er open mijnbouw. Open mijnbouw betekent dat bergen worden kaal gekapt en daarna opgeblazen door middel van zware explosieven. Dan worden de ertslagen afgegraven tot de reserves uitgeput zijn. De metaalextractie eist enorme hoeveelheden water dat achteraf geloosd wordt onder de vorm van zwaar verontreinigd afvalwater. Op het moment dat een mijn uitgeput is, blijft er nog enkel rotzooi achter.

Idaho, in het bezit van Joseph 1886-1891

 

In 1863 gaat een groep ontwikkelaars in het Owyhee-zilvermijn-gebied op zoek naar goud. Bij Jordan Creek vinden ze het. Er worden goudlagen ontdekt, de mensen stromen toe en er ontstaan mijnstadjes. In 1866 wordt Silver City gesticht, de 'koninginnestad' van Owyhee. De gloriejaren duren tot de vroege jaren 1870, als de Bank of California falliet gaat. Tien jaar later worden er weer nieuwe ontdekkingen gedaan. In 1886 koopt Joseph mijnbelangen in Owyhee. Hij stopt geld in de mijn-infrastructuur en in de nieuw te stichten mijnstad, 15 km ten westen van Silver City, die zijn naam zal dragen: Delamar. In1890 krijgt de stad zijn eigen krant: The Nugget.

De Delamar-mijn blijkt een reeks parallelle aders te hebben met een tussenafstand van 6 tot 24 meter. Zij hebben een vrij vlakke helling van gemiddeld 38° zodat er twee lange schachten moeten worden toegevoegd, die door alle twaalf niveaus heen gaat. Met meer goudwaarde dan zilver verschilt Delamar duidelijk van het Florida Mountain-gebied, waar de aders over het algemeen meer zilver bevatten.

Er worden verschillende processen geprobeerd om goud en kwik te scheiden, soms met succes, maar meestal zonder. Dan blijkt dat het cyanide-systeem uit de andere mijnen ook in Delamar kan worden toegepast. De Florida Mountain-ertsen bevatten veel sulfiden en eist daarom een gedetailleerder proces dan bij Delamar. Delamar maakt daarom veel minder kosten bij de exploitatie.

Toch gaat de ontginning vrij langzaam. Hout en steenkool, middelen die essentieel zijn voor stoomkracht zijn moeilijk te krijgen en bovendien duur. Het lokale hout is uitgeput en hout uit de South Mountain en steenkool uit Wyoming moeten met de trein tot aan Silver City worden aangevoerd., en dat is een kostbare zaak. 

Ondanks de problemen is er binnen enkele jaren een labyrint van gangen en schachten op veel niveaus ontstaan.

In 1891 verkoopt Joseph de helft van zijn belangen in de Idaho-mijnen voor 2 miljoen dollar ann de Mar Mining Co., die eigendom is van Britten.

Tussen 1976 en 1999 komt er een tijdelijke heropening van de mijnen, maar in 1978 gooit een toerist zijn sigaret weg en verwoest een brand de meeste oude structuren. De ruïnestad bestaat nog steeds, maar het cyanidegebruik bij de mijnexploitatie heeft het landschap erg beschadigd.

Nevada, in het bezit van Joseph april 1894- 1902

 

John Ferguson vindt in 1889 goud in de Pahranagat Valley. Als dat gerucht zich verspreidt breekt de goudkoorts los. De eerste tentenstad wordt Ferguson of Golden City genoemd en al snel daarna ontstaat een tweede tentenstad, Helene, met een eigen krant (de Ferguson Lode) en een eigen postkantoor van juni 1892 tot december 1894.

Joseph DeLamar koopt de belangrijkste mijnclaims in april 1894 en wil bovendien een nieuwe mijn ontginnen. Snel is de Delamar-mijn in gebruik, ook met een eigen krant (The Delamar Lode juni 94) en twee maanden later ook een eigen postkantoor. Er komen nieuwe bedrijven en stenen gebouwen, gemaakt van rotsen uit de omgeving, en in 1897 heeft het stadje alles wat nodig is. Er zijn voldoende professionele kantoren. Er zijn theaters en saloons, er is een ziekenhuis en er zijn kerken. Er wonen 3000 mensen. De etenswaren en de materialen moeten door muilezelteams worden aangevoerd over bergachtig terrein vanaf het spoorwegstation in Milford (Utah), 250 km van het kamp. Het kostbare erts wordt op dezelfde lastige manier vervoerd. In 1897 wordt een wagen aangeschaft met een grote brandkast van vijf ton staal, die met een tijdslot wordt uitgerust. De wagen wordt getrokken door acht muilezels. Bij het inschepen van goud en zilver worden de lonen cash uitbetaald. Er is veel diefstal en om dit te vermijden gaat Delamar in 1995 aluminium munten maken, maar de regering verbiedt deze praktijk.

Chloreren is in Nevada nooit een succes geweest. Bij de Delamar-mijn wordt in 1895 een chloreer-installatie geprobeerd, maar al gauw wordt overgestapt op de cyanide-methode. Delamar onderscheidt zich van de andere mijnen doordat hier het goud gevonden wordt in kwartsiet. In 1896 wordt er een 50-tons molen gebouwd, die 260 ton per dag kan verwerken. In 1897 wordt er een 400-tons cyanide molen gebouwd om aan de steeds grotere vraag te kunnen voldoen. De molens worden gebruikt voor het fijnmalen en het ruwe verpulverde erts wordt behandeld in loogvaten.. Er ontstaat een grote vraag naar water, maar alle pogingen om aan water te komen stranden. Dan bouwen ze maar een waterleiding vanuit de Meadow Valley Wash, 20 km omhoog. Er komen drie pompstations en daarna is er nog steeds te weinig water. Bij Meadow Valley Wash staat ook de elektriciteitscentrale van Delamar.

Omdat een goede ventilatie ontbeekt, hangt er altijd een stofwolk in de molen en in de mijnschachten. Dit stof wordt Delamar-dust genoemd en die bevat een fatale dosis siliconen, die veel mijnwerkers doodt. De stad krijgt daardoor de bijnaam Widowmaker. Bij een telling blijken er 400 weduwen te zijn.

Delamar Nevada wordt ook bekend door zijn methode van belastingontduiking. Voor het eerste trimester van 1896, brengen zij volgend verslag uit: 
Inkomsten: Gemalen ton; 20.677 ton, Waarde, $575.462.
Uitgaven: Het ontginnen $77.435, Vervoer $22.436, Het malen $372.186.
Voor het malen vestigt Delamar een afzonderlijke firma, die enorm hoge maaltarieven rekent. Door zo te werken wordt veel van de winst teniet gedaan en blijft de belasting met lege handen. Het schijnt dat de overheid hier weinig tegen kan doen.

In 1900 wordt de halve stad door een brand vernietigd. Hij wordt slechts gedeeltelijk herbouwd. In 1902 verkoopt Joseph zijn mijnen, die tot dan toe $ 8,5 miljoen in goud hebben opgebracht. Nog tot 1909 wordt er goud gedolven en van 1929 tot 1934 worden de mijnen opnieuw open gesteld. Nu is Delamar een interessante spookstad. Je vindt er resten van stenen gebouwen, een molenruïne en twee begraafplaatsen. Maar ook hier is het landschap door de cyanide enorm beschadigd. (zie de twee foto's hierboven)

Utah 1895-1898

Daniel Cowan Jackling richt de Utah Copper Company op en ontwikkelt een methode om kopererts te kunnen verwerken. Zijn methode wordt toegepast bij de ontwikkeling van Joseph's Bingham Canyon kopermijn. Gedurende 1893 tot 1896 is hij nauw betrokken bij mijnbouw, speciaal in Cripple Creek Colorado. Joseph bezit hier de Lawrence Mill. Daniel doet alle mogelijke werkzaamheden en verhuist in 1896 naar Mercur (Utah), waar hij gaat werken bij de Golden Gate Mill van Joseph en Enos Wall (De la Mar's Mercur Mines Inc.). In 1898 vraagt Joseph aan Jackling om een uitgebreid onderzoek te doen naar de mijneigendommen in Bingham. Het rapport is gedateerd op 18 september 1898 en Jackling adviseert om door te gaan met ontginnen. Toch kiest Joseph ervoor om zich terug te trekken. Wall en Jackling gaan met een andere compagnon door met de Utah Copper Compagny.

De Bingham-kopermijn is inmiddels uitgegroeid tot de grootste open mijn ter wereld. Hij is 1200 meter diep en heeft een diameter van 4 kilometer.

In Utah blijkt Joseph zich ook bezig te houden met goudwinning. Bijgaand certificaat van De Lamar Central Gold Mining Company te Salt Lake City is uit 1906.

Californië 1902-1906

Joseph is eigenaar van kopermijn Bully Hill. De mijn ligt bij Lake Shasta aan de Squaw Creek in Californië. De krant in het koperstadje verschijnt van 1902 tot 1906. In die tijd moet de mijn dus in gebruik zijn geweest. De restanten van de mijn zijn nog steeds te zien, maar de stad Delamar, die daarbij hoort is nu, evenals twee andere kopermijnstadjes, verdronken in het meer. Lake Shasta is het grootste kunstmatige reservoir van Californië. De stuwdam werd gebouwd van 1935 tot 1945 en het meer ontstond in 1948. In 1942 werd de Delamar-begraafplaats met 17 personen geruimd.