Delamar Mansion

Madison Avenue 233, nu Pools Consulaat

 

Met dank aan het Pools consulaat voor het grootste deel van de foto's.
Copyright 2006 The Consulate General of the Republic of Poland in New York.
Copyright 2006 Michal Wisniewski.
http://www.polishconsulateny.org/index.php?p=109

Het Delamar-herenhuis is één van de beste voorbeelden van de Franse Beaux-Art-Style uit het begin van de twintigste eeuw in New York. Veel decennia werden deze gebouwen als smaakloos ervaren en heel veel prachtige huizen van deze stijl zijn in de loop van de jaren vervangen door kantoortorens en woonappartementen. In de zestiger jaren vond een kentering plaats en toen het Delamar Mansion in 1973 werd verkocht aan de Poolse regering, heeft die er alles aan gedaan om de woning in oude luister te herstellen. In die tijd was het huis in slechte staat. Ook de muur- en plafondschilderingen zagen er niet meer uit. Toch besliste de nieuwe eigenaar om alles te restaureren. Gespecialiseerde Poolse kunstenaar en restaurateurs werden overgevlogen en het resultaat mag gezien worden. 

Joseph Rafael de la Mar wilde 'de mooiste woning van de stad en de kostbaarste op Murray Hill' bouwen. Persoonlijke competitie tussen de rijke burgers resulteerde in luxueuze woningen met rijke kunstcollecties. Joseph wilde een spectaculair huis, waar hij spraakmakende recepties kon geven. Het Delamar Mansion is één van de meesterwerken van Charles P.H. Gilbert (1863-1952). Het laat het hoge artistieke niveau zien van de Amerikaanse architectuur rond de eeuwwisseling. Gilbert koos voor een façade die verticaal in drieën is gedeeld. Beide vooruitspringende delen hebben ronde hoeken. Tegelijk heeft Gilbert ook horizontaal voor drie gedeelten gezorgd. Boven de benedenverdieping loopt een brede horizontale band en onder het dak loopt een brede kroonlijst. De dubbele symmetrie maakt het ontwerp heel interessant. Boven de kroonlijst echter is het gebouw asymmetrisch, doordat het linker dak groter is. Het dak is bedekt met koper en de muren hebben prachtig gebeeldhouwde details. De vertrekken werden elektrisch (!) verlicht en Tiffany zelf maakte het glas-en-lood voor de verlichtingselementen.

 

"Zo, dit wordt dan ons nieuwe huis.". Samen lopen ze de draaitrap op naar de eerste verdieping. Alice kijkt haar ogen uit. Het huis waar ze nu woont is al erg groot en mooi. Maar deze woning is helemaal geweldig. Kijk toch eens naar die prachtige balzaal. En is de concertzaal niet schitterend. "O, pap, ik hoop dat je in dit huis weer wat vrolijker wordt en dat je weer feesten gaat geven zoals vroeger, toen mama er nog was". "Ja, ik hoop het ook", zegt Joseph. "Kom je mee, dan zal ik je je eigen kamers laten zien." En samen lopen ze de twee trappen op naar de etage van Alice.

Helaas heeft Joseph deze woning nooit volgens zijn oorspronkelijke bedoeling kunnen gebruiken. De scheiding van Nellie Sands gaf zoveel verdriet, dat Alice later zei: In de ballroom werd nooit gedanst. Vader hoefde geen gasten meer en liep het liefst op zijn pantoffels. Eén keer per jaar werd thuis mijn verjaardag gevierd en mochten er een paar kinderen komen spelen.

 

We wandelen van beneden naar boven door het gebouw. De ovale trap is op elke verdieping het middelpunt.

 

Legenda van de nummers vindt u aan het eind van dit artikel.

In de kelderverdieping (1) is de hoofdkeuken. Op deze etage beginnen de diensttrap en de tweede lift. Liften zijn in een privéhuis in deze tijd zelden te vinden.

Een verdieping hoger zie je van links naar rechts: de bibliotheek en de biljartkamer (2), de ingangshal(3,zie foto's) met ovale hoofdtrap en lift, de eetkamer en de dienstpantry (4). Bij de trap was vroeger een fontein met marmeren figuren.

De representatieve verdieping: In het gebouw van links naar rechts, de ballroom (5), de muziekkamer met muziekbalkon (6) en de kunstgalerie (7). In de galerie hing o.a. het schilderij Aurora van Bourgereau en stond de Griekse slavin van Hiram Powers.

Vervolgens komen we op de privé-etage van Joseph (8) met zijn slaapkamer, badkamer en ontbijtkamer (zie foto). Er zijn ook twee gastenverblijven met ieder een eigen badkamer.

In Josephs slaapkamer stond het koninklijke mahoniehouten bed in Lodewijk XV-stijl. Het had verguld bronzen zijkanten en poten en het hoofd- en voeteneind waren gedecoreerd met prachtige figuren in relief: Somnus, de God van de slaap, en een vrouw met putti (kleine blote jongetjes). Een baldakijn met zijden gordijnen overdekte het geheel. Tegen het plafond prijkt Morpheus, die dagdromen uitdeelt.

De verdieping van Alice (9) met haar slaapkamer (twee foto's plus plafondschildering), badkamer en privé-bibliotheek.Er is op deze etage ook een gastenkamer met een eigen badkamer te vinden.

De schilder van alle indrukwekkende muur- en plafonddecoraties was Louis Schaettle (1868-1917). 

Op de bovenste verdieping (10) is het bedienden-kwartier en de waskamer. Er is ook een sportzaaltje en nog hoger is achter het dak een terras gebouwd, bedoeld als hondenkennel. 

Foto uit 1906, het eerste jaar van bewoning